Body & Mind Language interview
In mijn jonge meisjesjaren speelde beweging, muziek en dans al een grote rol. Het was een kwestie van tijd dat ik dit wilde verweven in mijn volwassen leven. In 2012 maakte ik kennis met Body & Mind Language (BML) door de tweejarige opleiding. Met grote impact. In mijn coaching nam ik de materie altijd mee. Een dik decennium later laat ik het een grotere rol in mijn werk innemen. Tijd voor een gesprek met de moeder van BML, grondlegger Jos Dolstra.
Beweging en taal als vormen van uitdrukking
Een liefde die wij delen is een duo. Beweging en taal. Wat maakt dit duo bijzonder?
Ze hebben beiden te maken met uitdrukking geven. Je geeft in allebei de vormen uitdrukking en informatie. Tegelijkertijd is er een groot verschil, omdat beweging non-verbaal is en taal verbaal. Dus ze geven allebei uitdrukking maar wel op twee andere wijzen.
Vaak zie je binnen coaching dat gebruik wordt gemaakt van één van de twee. Dus grof gezegd, NLP gebruikt sterk taal en bijvoorbeeld lichaamsgerichte coaching gebruikt sterk het fysieke. In Body & Mind Language heb ik geprobeerd om beide elkaar te laten vinden.
Maar je zegt het mooi, dat komt bij mij wel voort uit de geestdrift voor beiden.
Maakt de combinatie van beweging en taal Body & Mind Language (BML) uniek?
Het is uniek. Ik weet dat mensen zochten op internet naar iets als BML wereldwijd en dat is er niet. Ik denk dat dat komt, door wat jij zelf al aangeeft, dat dat bij mij allebei ontwikkeld was. Ik denk dat de ene mens van nature wat meer talig is en de ander wat meer bewegelijk. Ik had beide liefdes. Daardoor ontdekte ik dat in taal ook beweging zit.
Als iemand zegt ‘ik voel me opgejaagd’, dan zit daar een beweging in. Dat kun je opmerken als je vanuit beweging kunt denken en de woorden voelt. Vaak als er binnen coaching een vraag gesteld wordt, is het een technische vraag. Iemand zegt ‘het drukt me in de hoek’, dan zal de technische vraag zijn, ‘wat is dan het’? Vanuit BML zeggen we, ‘laat eens zien hoe dat eruitziet, in de hoek gedrukt’. Dat is een andere benadering, meer naar het symbolische in dezelfde zin. Een andere manier, niet alleen van horen, maar ook van de zin ervaren.
Het versterkt elkaar?
Ja, omdat je door middel van taal betekenis en duiding kan geven. En eigenlijk dus ook het ratio inzet, de ratio is niet iets slechts, het helpt om het te plaatsen.
Tegelijkertijd raakt het beweegaspect meer het onbewuste aan, de symbolische wereld. Maar als je alleen maar in de symbolische wereld zit, wat bij sommige vormen van lichaamswerk gebeurt, dan ontstaat vaak bij de cliënt of deelnemer het gevoel van ‘en wat nu, wat doe ik er nu mee?’.
Body & Mind Language wordt ook ingezet in het bedrijfsleven. Dat is makkelijker te integreren dan dat je bijvoorbeeld non-verbaal lichaamsgericht werk op een matje doet.
Eigenaarschap en innerlijke beweging
Rondom coaching en bij lichaamswerk hoor en lees je steeds meer het woord eigenaarschap. Het lijkt soms zo dat als je lichaamswerk ondergaat je iets uitbesteedt. Er heerst hoop dat de coach iets bij mij gaat doen en oplossen. Of als ik doe wat de coach zegt, lost mijn issue op.
Terwijl in mijn ervaring je bij BML begeleid wordt, maar het speelt zich in jou af en je moet zelf iets aangaan met en binnen jezelf. Zelf verantwoordelijkheid volledig nemen. Hoe zie jij dat?
Je geeft precies weer wat voor mij het grote onderscheid is tussen BML en andere methodes. Er wordt bijvoorbeeld vaak aan me gevraagd wat de overeenkomst is met opstellingen. Zowel opstellingen als BML gebruiken de ruimte als informatiebron. Bij opstellingen wordt gebruik gemaakt van representanten. Dat doet BML nooit.
Bij BML ga je altijd uit van wat jou beweegt. Dus wat jij wenst uit te drukken.
Dat gaat meer over wat er uit jezelf komt. Dat betekent ook dat de vraagstelling altijd van extern naar intern wordt gemaakt. Als iemand zegt ‘ik voel me weggedrukt’, wat dus eigenlijk wordt geformuleerd als iets in de omgeving doet mij dat aan en daarvan ben ik slachtoffer, zal een BML-coach vragen, ‘wat in jou druk jij weg’? Daarmee maak je het van extern, intern. Dan gebeurt er iets bijzonders, want je verandert niets in de omgeving, maar er verandert iets in jou.
Dat doet me denken aan de eerste stap in de BML-methode. Verkennen. Je bent zelf je eigen te verkennen landschap. Wat is binnen de methode de volgende stap?
Verbreden. Als ik kijk naar gasttrainingen die ik geef over BML, dan is het voor mij vaak een hele uitdaging om die fasen verkenning en verbreding uit te leggen. En waarom?
Veel mensen zijn gewend dat de cliënt met een hulpvraag komt en nu moeten we zo snel mogelijk naar de oplossing. Dat wil de cliënt vaak ook, want als jij een zere kies hebt, dan wil je zo snel mogelijk van de pijn vandaan. Dus die cliënt wil zo snel mogelijk een oplossing.
BML zegt, laten we nou eens dat symptoom niet benaderen vanuit het idee dat we het direct moeten verwijderen, maar laten we het eens benaderen vanuit het er contact mee maken en helder krijgen wat het nou eigenlijk te zeggen heeft.
Einstein heeft wel eens gezegd, je zal nooit een probleem oplossen op dezelfde laag. Dus je lost nooit een probleem op met de denkwijze die het eigenlijk veroorzaakt heeft.
En dat doe je juist als je vanuit de hulpvraag direct naar de oplossing gaat. Dan blijf je op het niveau van het probleem. En dat beklijft niet. Dus door de verkenning krijgt de cliënt de gelegenheid om meer te verdiepen en meer naar de wortel te zakken.
De verbreding is stilstaan bij wat je jezelf hebt aangeleerd en nu automatisch doet, maar wat is er nog meer mogelijk? Spelenderwijs ervaren dat er meer mogelijk is dan dat jij geleerd hebt. Dat is de verbreding.
Wat me vaak wordt gevraagd voorafgaand aan workshops is of we dan gaan dansen? Ook. Soms wel soms niet. Uit bewegen op muziek valt veel informatie te halen. Of als ik zeg dat beweging een goede ingang naar binnen is, dan zeggen mensen dat ze al veel sporten.
Hoe duid jij het verschil tussen bewegen, sport, en dans?
Je kunt zeker veel opmaken uit bewegen op muziek. En tijdens mijn themadagen zet ik ook muziek op en gaan mensen even dansen en lachen, een stuk ontlading en uiting. Daarnaast zijn veel van de BML-interventies niet dat je danst, maar dat je iets in beweging zet.
Inderdaad vragen mensen rond coaching wel eens, oh, betekent het dan dat ik in de kamer moet staan dansen? Wat het is, is dat je uitdrukking geeft door middel van een houding, door middel van een gebaar, door middel van een korte actie. Dat is eigenlijk wat we doen.
En het verschil tussen sporten, dat doe je omdat je je lijf in een goede conditie wil houden. Wat is dan het verschil tussen sporten en dansen? Het zielsaspect. Op het moment dat je danst, ben je bezig met een expressie. Dus als iemand sport, is hij niet per se bezig met een expressie.
Dans raakt ook de ziel. Dat betekent dat dans bijvoorbeeld ook ingezet wordt bij depressie of bij mensen met dementie. Dans heeft een helende werking. Maar het is niet zo dat alle Body & Mind Language interventies gebaseerd zijn op dans. Meer op uiting geven in beweging, houding.
Wat maakt dat mensen weerstand voelen, als ze uitgenodigd worden om te komen proeven om te zien of die beweegingang iets voor ze is? Veel mensen willen het liefst zitten en praten. En als het kan graag online.
Weerstand heeft met een aantal facetten te maken en eigenlijk noem je al een paar dingen. Praten maakt dat ik meer in mijn kader kan blijven. Ik heb meer de regie over wat ik zeg en ik kan ook meer blijven in het verhaal dat ik gewend ben te vertellen.
Als je dat online doet, zit er zelfs nog eens een keer een afstand extra bij. Dus dat maakt het nog veiliger. Op het moment dat je gaat zeggen, ga eens staan en geef het eens een uitdrukking in een vorm, dan toon ik mezelf.
Dan kan ik er eigenlijk niet meer een mooi verhaal aan vasthangen, maar ik geef uiting, expressie. Dat maakt dat het dieper raakt. Omdat het dieper raakt, komt er ook een weerstand.
Ergens voelt iemand dan al, als ik dit ga doen, dan kom je misschien wel bij gebieden die ik lastig vind, waar ik liever nog helemaal niet kom. Dat geeft weerstand. Als iemand de weerstand voelt, zegt hij eigenlijk, ik weet ergens al dat dit me laat tonen, iets waarmee ik mezelf echt laat zien.
Wat maakt dat zo spannend? Ergens is er wel al een verlangen of een noodzaak.
Als ik bij een themadag vraag, waarom zijn jullie hier? Zegt iedereen ‘omdat ik wil groeien’. Ik zeg er altijd achteraan, ‘maar oh wee als het gebeurt’. Je mag je wereldbeeld zien als een schilderij. En de rand van het schilderij is eigenlijk een hele harde eeltrand.
Die eeltlagen zijn onze hardste overtuigingen. Ook overtuigingen die als sterke regels zijn. Wat hoort wel, wat hoort niet. En op het moment dat je groeit, ga je eigenlijk ook tegen dat eelt aan. Dat maakt dat je soms in je hoofd hoort, ja maar dat hoort toch niet, of dat kan je toch niet laten zien, of ja dan word je misschien wel zwak, of noem maar op. Veel meer als met praten. Met praten kan ik mezelf binnen een kader houden.
Dus je klapt tegen de rand aan. Kijk, als je altijd fietst en je bent heel goed in fietsen en je gaat ineens zwemmen, barst je van de spierpijn. En eigenlijk is weerstand geestelijke spierpijn. Je rekt innerlijk iets op.
Wat erg helpt, is als de coach dat proces ook verduidelijkt. Dus zegt, wat er nu gebeurt, betekent dat je aan het oprekken bent. Je wordt flexibeler. Ik teken het ook. Dan begrijpt iemand al meer, want als er een weerstand tegen de weerstand komt, dan ontstaat angst.
Het lichaam liegt niet
Wat me heeft geholpen in mijn coaching afgelopen jaren, is de houding van twee zaken. Je weet niets & alles is informatie. Dat geeft in mijn werk ontspanning en ruimte. Het zijn jouw termen, vertel er eens over.
Soms gebeurt het volgende. Een coach geeft een interventie en heeft eigenlijk al bewust of onbewust een beeld in zijn eigen hoofd van hoe cliënt gaat reageren. En dan zegt of doet die cliënt of deelnemer in een groep ineens heel iets anders.
Dan ontstaat er error in het hoofd van de coach. En in het meest beroerde geval het idee dat het fout gaat. Op het moment dat die coach denkt dat het fout gaat, is deze al uit verbinding.
Er is geen fout, er gebeurt alleen iets anders dan jij bedacht in jouw model van de wereld. Dus alles is informatie betekent dat je continu in verbinding kunt zijn met wat er gebeurt. In plaats van dat je iets gaat beschouwen als goed of fout. Alles is informatie.
En je weet niets. Dat vind ik een van de meest inzicht gevende zinnen. Omdat wij altijd denken dat we weten waar de ander het over heeft en dat is niet zo. Ik geef altijd het voorbeeld over steun.
Als jij zegt dat je steun nodig hebt en ik zeg het te begrijpen, begrijp ik het mogelijk helemaal niet. Want jij hebt het misschien over een arm om je heen en ik heb het misschien over ruimte. Dan denken we dat we het over hetzelfde hebben. Een belangrijke vraag bij BML is daarom: ‘Kun je het tonen?’. Want pas wanneer je het toont, kan ik begrijpen wat het voor jou betekent.
Soms weet een cliënt ook nog niet wat ze precies bedoelen. Dat moet nog in het moment ontdekt worden in plaats van bedacht.
Niet zelden hoor ik mensen zeggen dat ze dachten dat ze in een bepaalde houding zouden gaan staan, maar dat het lichaam naar een heel andere houding bewoog.
En die is altijd waar. Dat blijft bijzonder. Ze zeggen het lichaam liegt niet. Dat kunnen we gerust aannemen.
Omdat dan het onbewuste al reageert. Het bewuste loopt er achteraan. Dat vind ik een van de mooiste momenten, iemand denkt ik wil zo gaan staan en die staat plots heel anders. Wat betekent dat eigenlijk, hoe ik nu sta? Dan komen de inzichten.
Kennis wordt pas weten als het wordt beleefd en ervaren. Uit een van je drie boeken. Vertel.
Door de loop der jaren ben ik me steeds meer gaan beseffen dat het niet alleen de techniek van een interventie is waarom die aanslaat, maar vooral ook de staat van zijn van de coaches.
Dus als de cliënt voelt dat de coach authentiek handelt, voelt het heel anders dan wanneer de cliënt het idee heeft dat de coach een kunstje aan het uitvoeren is zonder zelf precies te weten waar hij of zij mee bezig is. Vanuit kennis handelen, is slechts nadoen wat is aangeleerd.
Maar op het moment dat het belichaamd wordt, ervaren, dan komt er iets heel anders bij. Dan heeft het systeem het letterlijk in beweging gezet. Dat wat eerst theoretische kennis is, wordt dan een bewust weten. Als je dan dezelfde interventie geeft, voelt de ander het niet als trucje.
Een steeds populairder woord, belichamen.
Als je iets doet wat alleen maar gestut wordt door de ratio, dan beklijft het weinig.
Goed woord in deze context, beklijven, het woord lijven zit erin. Een cliënt voelt inderdaad wanneer de coach zelf de materie wel of niet belichaamt.
Ik hoor wel eens zeggen, ik wilde naar jou, want ik wilde niet naar een 24-jarige psycholoog. Dan bedoelen ze niet dat iemand van 24 jaar niet veel kennis kan hebben en wellicht kan uitgroeien tot een fantastische psycholoog.
Maar het voelt anders als jij praat over je verslavingsproblematiek of huwelijksproblemen en je tegenover iemand zit waarbij je het gevoel hebt dat deze zelf de klappen van het leven kent. Ik denk dat het woord levenswijsheid is. Die kun je alleen maar eigen maken door het leven zelf.
Het proeven van woorden
Zoals elke coach moet een BML-coach extra goed kunnen afstemmen en zeer goed aansluiting kunnen maken. Zeg je dat je daar ook bepaalde levenservaring voor moet hebben? Of vraagt het ook om een andere vaardigheid, een talent of een gave?
Een hele interessante vraag. Soms tref je een jong persoon, zoals ik onlangs nog op een BML-themadag een jonge vrouw ontmoette, waarvan je merkt dat deze een zeer ontwikkeld bewustzijn heeft. Een bewustheid die niet synchroon loopt met de officiële jaren. Dan dragen ze het wel.
Kan dat ook te maken hebben met het kunnen proeven van woorden? Ik weet dat in de BML-coaching sommige woorden herhalen of echt intappen op een woord dat de cliënt noemt waardevol is, en wanneer je dat kan voelen en daar echt bij kan blijven, je dan inderdaad die verbinding kan maken. Los van of je zelf exact dat zo hebt gevoeld. Ook weer die magie van taal en de vorm van BML-coaching.
Je voelt als cliënt of deelnemer in een groep wanneer je samen een woord proeft en er verder mee werkt dat het helpend is, dan hoeft de coach het niet zelf mee te hebben gemaakt.
Soms is het teruggeven van het woord in de juiste klank al de interventie op zich. Maar ja, ik haal even ons gemeenschappelijke dansverleden aan. Jij kent ook wat repeteren is. Het repeterend vermogen van iets continu herhalen en herhalen. Eigenlijk net zo lang totdat het helemaal in je systeem zit. De BML kent eigen vraagstellingen. Dus BML zegt niet ‘wat voel je’, maar BML zegt ‘druk het eens uit’.
Ik maak vaak mee dat mensen die bijvoorbeeld al een behoorlijke opleiding gedaan hebben, vanuit die professionaliteit die oude vraagstelling in gaan brengen en tot de ontdekking komen, hé, het heeft toch niet het effect wat ik blijkbaar heb als ik wel die zinnen gebruik die er staan. Dus die zinnen staan er niet voor niets. Een zin als ‘wat druk je uit’ is van een totaal andere orde dan ‘wat voel je’. Sommige zinnen zijn niet in te wisselen. Het is echt BML-taal.
Tegelijkertijd is het zo dat als iemand een woord geeft, dat je niet alleen het woord herhaalt, maar vooral ook de manier waarop die persoon het zegt. En soms is dan alleen maar zwijgen daarna al voldoende. Vooral niet een ander woord opperen. Het respecteren ook van stiltes.
Er zijn veel coaches die worden onrustig van de stilte en die gaan dan met andere woorden komen om de cliënt te helpen en dat verstoort het proces. Dus om gewoon letterlijk op je handen te gaan zitten en denken; dit ís het proces. Ik moet me er nu niet mee bemoeien.
We leren niet lopen door erover te praten
Door wat je zei over repeteren kwam bij mij het woord lichaamsgeheugen op. Ook daarbij is sprake van beklijven door de ervaring, de wetenschap dat ervaringen langer doorwerken dan je denkt, je cellen die bewegingen en een houding in het lijf opslaan. Dat kun je door een houding of beweging opnieuw laten ontwaken.
Wat voor rol heeft lichaamsgeheugen volgens jou?
Ten eerste reikt het lichaamsgeheugen verder dan ons individuele leven, dus het heeft ook de herinnering aan je familie, maar verder nog aan de hele stam mens.
Je hebt een database die veel verder reikt dan waar je met je ratio bij kunt, je ratio beschouwt vaak alleen je eigen leven. Maar je noemt nog een aspect, het lichaamsgeheugen kan zich dus ook iets herinneren. Als je nieuw gedrag alleen maar bespreekt, dan zet je het in de toekomst.
Je bepraat een nieuwe mogelijkheid, een nieuwe manier van doen. Dan moet je je voorstellen, als jij op Google een restaurant opzoekt, dan komen die restaurants naar boven die het meest opgezocht zijn. Als jij in een stressvolle situatie komt, dan kan jouw brein zoekend in jouw computer absoluut die nieuwe besproken mogelijkheid in de toekomst niet vinden.
Op het moment dat jij het hebt vormgegeven en een aantal keren vorm hebt gegeven, komt er een waarschijnlijkheid dat je je herinnert, ah wacht even, ik heb toen het ook nog zo en zo geprobeerd. Dus door het te ervaren komt het in je lichaamsgeheugen, maar ook in je rationele basis. Niet door het praten alleen. Je brengt het in het hier en nu.
Want je hebt ervaren dat je het tot je beschikking hebt, dat het er al is, in jou.
Dat is ook een hele belangrijke, want vaak zegt de cliënt, ‘ja maar ik denk niet dat ik het kan’. Terwijl als die het dan in de fase van wat is nog meer mogelijk heeft neergezet, kan ik tijdens het gesprek zeggen ‘je zegt dat je het niet kan, maar volgens mij heb ik het je net zien doen’d Het geeft ook vaak een enorme humor. Omdat je eigenlijk om jezelf moet lachen. Omdat je jezelf in een heel ander facet ontmoet.
Het heeft ook iets speels, iets dat kinderen bij verbeelding van nature al doen, dat hele lijf doet mee. Daar vormt het zich mee. Voor ons voelt het dan misschien als gek doen.
Als je er goed over nadenkt, is de meest natuurlijke manier van leren via het lichaam. Als we baby zijn, leren we via het lichaam. Als we peuter zijn, leren we via het lichaam. Als we kleuter zijn, leren we via het lichaam.
Alleen door de loop der tijd neemt dat steeds meer af en neemt een andere manier van leren het over. Maar fysiek leren is voor het systeem de meest natuurlijke manier. We leren niet lopen door erover te praten.
Dat is ook waarom mensen vaak zeggen dat ze al zoveel hebben gedaan, ik heb al dit gelezen, die therapie geprobeerd, maar dat er dan toch nog iets ontbreekt om die ene stap te zetten.
Er zijn mensen, en dat is geen flauwekul, die één keer komen en dan zeggen dat ze wel een jaar nodig hebben om te verwerken wat ze dan aan informatie hebben gekregen.
Verandering gedragen door groei
Er is ook iets dat jij zegt over het verschil tussen groei en verandering.
Dat is ontstaan doordat ik regelmatig bijscholing geef aan een instituut dat zich richt op organisaties. Er wordt jaarlijks veel geld uitgegeven aan veranderingstrajecten. Zoveel dat teams al beroerd worden bij het idee dat er weer een nieuw veranderingstraject wordt ingezet terwijl ze nog niet eens zijn bekomen van die ene ervoor.
Ik vroeg me af hoe het komt dat al die miljoenen die gegeven worden aan veranderingstrajecten zo weinig opleveren. Het komt doordat verandering zich altijd afspeelt op de laag van de inhoud. Dus je verandert iets in de inhoud. Maar ontwikkeling en groei is iets heel anders.
Voor ontwikkeling en groei heb je altijd een verandering van perspectief nodig. Er moet iets zijn waardoor je naar dezelfde situatie op een andere manier bent gaan kijken. Dus iets in jouw manier van kijken naar die situatie, de betekenisgeving, is veranderd. In jou.
Je ziet ook meer mogelijkheden dan daarvoor. In jou. Je bent bereid om daar de consequentie van te dragen. Je begrijpt dat je daar ook een verantwoordelijkheid voor draagt. Want groei gaat altijd samen met verantwoordelijkheid. Het betekent dat je bij groei in bewustzijn groeit.
Door die bewustzijnsontwikkeling kan het zijn dat er een verandering in gedrag volgt. Maar dan is die verandering in gedrag een gevolg van de groei. Nu moet je je voorstellen dat je die verandering van gedrag inzet bij een team, maar dat team is in het bewustzijn niet gegroeid.
Ze weten eigenlijk niet goed waarom ze het doen, ze verhouden zich er niet toe en het niveau van het team is ook niet gelijk aan de verandering. Dan kan het niet. Het heeft geen pootjes.
Het is nooit duurzaam.
Het woord duurzaam is altijd van betekenis op groei. Bij wezenlijke groei zoeken we altijd naar een duurzame oplossing die niet alleen voor jou goed is, maar voor het totaal. Bij verandering wil het niet altijd zeggen dat we als mens vooruitgaan. Verandering kan zelfs regressie zijn.
Stel je voor dat ik als leidinggevende iets in mijn taak heb en als ik daar goed naar kijk, word ik daar nogal faalangstig van. Ik vind dat ik het eigenlijk niet kan. Dus ik ga het veranderen. We gaan het anders doen, want dan kom ik uit die faalangst. Dan is het niet groei, het is ontwijking.
Verandering is absoluut niet altijd vooruitgang. Het kan net zo goed achteruitgang zijn.
Ik dacht even aan mijn privéleven. Dat mensen vroegen, toen ik weer met mijn ex-partner samenkwam, wat er dan voor mij was veranderd. En of hij dan was veranderd. Het was meer het geval dat we individueel waren gegroeid, we hebben nu elk een groter bewustzijn.
Ook het perspectief op wat er de jaren voorafgaand aan de scheiding was gebeurd is breder. Dus ik begrijp wat je zegt.
Dan kan het absoluut zo zijn dat jullie allebei veranderingen tonen. Alleen die verandering komt niet omdat je een boek hebben gelezen of iets dergelijks. Die verandering wordt gedragen door de groei die je allebei hebt doorgemaakt.
En is daarmee vrij moeiteloos.
Omdat het een uitdrukking is van waar je als mens nu bent.
Maar als jij een verandering als team opgelegd krijgt, terwijl je daar niet naartoe bent gegroeid, of dat het helemaal niet aansluit bij jouw waarden en overtuigingen, dan ben je dat braaf drie keer aan het doen. En daarna denk je, waar ben ik mee bezig?
Het gezonde versterken
Een veelgehoorde reactie binnen coaching is ‘ja maar zo ben ik nu eenmaal’. Ik heb jouw woorden altijd onthouden in al die jaren na de opleiding: dit is hoe je jezelf tot nu toe kent. Waardevol want ik gebruik die insteek tot op de dag van vandaag. Wat maakt dat mensen dat zo automatisch zeggen? Zo ben ik nu eenmaal. Het wordt vaak stellig ingebracht.
Omdat de persoonlijkheid vasthoudt aan de identiteit en absoluut geen gezichtsverlies wil lijden.
Er is een groot verschil tussen een standpunt en een beginpunt. Bij een standpunt, dan ga je staan, zo, met je handen in je zij, er is amper beweging mogelijk. Als je een beginpunt neemt, dan denk je nou ja, begin hier, we kunnen nog alle kanten op.
We hadden het over taal, probeer nou eens de energie te voelen van de taal. Op het moment dat iemand zegt, zo ben ik nu eenmaal, dan voel je er een soort groot uitroepteken achter. Punt, standpunt. Dan is er dus geen verbreding meer mogelijk, geen ander perspectief. Je zet het vast. Op het moment dat je zegt, dit is wat je tot nu toe van jezelf hebt ervaren, dat was maar een aspect, dan zie je ineens voorbij dat standpunt: “Hé, er zijn nog meer facetten van mezelf”.
Daarmee sta je meer open voor verbreding. Wat ontzettend belangrijk erin is; je hoort me geen seconde het tot nu toe ervarene afbreken. Ik zeg niet dat was fout of onwaar. Nee, dat is wat je ervaren hebt. Hartstikke mooi, hartstikke fijn, of niet. Maar er zijn meer facetten van jou.
Het geeft ook hoop. Ik zie het altijd gebeuren, als ik naar die verbreding meebeweeg, dat de mensen vol verwondering kijken naar mogelijk meer van zichzelf.
Je raakt me hier erg mee, omdat ik bij de fases van BML in het herschrijven van mijn derde boek de fase hoop en inspiratie heb toegevoegd. Omdat ik vond dat bij de begeleiding van mensen erg veel aandacht werd gegeven aan het traumatische, aan het bezeerde. En ja, dat is belangrijk. Tegelijkertijd is een mens meer dan het trauma. Ik vond dat in de begeleiding van mensen te weinig aandacht werd gegeven aan het gezonde te versterken. Aan het hoopgevende.
Ze zeggen niet voor niets hoop doet leven en wanhoop niet. Het warme en bemoedigende woord, even aandacht geven aan die hele kleine verschuiving die er wel is gemaakt.
Als iemand zegt zo ben ik nu eenmaal, dan zit daar ook een wanhoop in. Op het moment dat je kunt aannemen dat er meer facetten zijn, meer elementen van je potentie, is dat hoopgevend. Terwijl je schakelt eigenlijk over van het getraumatiseerde naar het meer gezonde. En op het moment dat je het gezonde versterkt, is er veel meer draagkracht om het trauma te verwerken.
Ik vind het heel mooi dat jij in je werk met mensen duidelijk gevoel hebt voor dat hoopvolle, dat inspirerende is ook een heel belangrijk element wat helaas door veel protocollen, tijdsdruk of omdat mensen niet zo zijn opgeleid, niet wordt ingezet.
Dat komt mede door mijn eigen ervaring. Ik deed eerst de tweejarige BML-opleiding, daarna ben ik ook nog een jaar groepscoach bij de opleiding geweest. Pas daarna startte mijn intensieve traumatherapie bij Centrum ‘45. Dat heb ik aangedurfd omdat daarvoor die draagkracht werd getraind. Door de BML kon ik voelen dat er is nog meer was waar ik op kon terugvallen. Binnen mijzelf. Ik had mezelf op andere sterke manieren ervaren. Daarmee durfde ik de sprong in het diepe en pijnlijke te nemen.
Nou ja, als je het vergelijkt met een stoel, Annemarie, als iemand het gevoel heeft op een hele wankelde stoel te zitten met nog maar één poot eronder, en jij gaat als begeleider keihard op die ene poot af, dan zakt de hele stoel in elkaar. Dan zul je toch eerst moeten zorgen dat iemand weer wat meer letterlijke poten onder de stoel heeft om uiteindelijk naar die ene poot te gaan. En dat is wat je beschrijft.
Maar het is eigenlijk het inzetten van liefde in begeleiding, even dat ik zie je, ik hoor je, even dat wat dan niet als professioneel wordt gezien, durven zeggen, ik heb dat ook meegemaakt, ik herken je verdriet.
Er wordt vaak gezegd dat je neutraal moet zijn, maar hoe kan je nou neutraal zijn als mens, je echoot mee. Je kunt proberen een zo goed mogelijk onderscheid te maken tussen wat mijn proces is en wat van jou is. Niet dat het door elkaar gaat lopen. Ik vind zelf, en dat is mijn persoonlijke ervaring, een begeleider die weinig van zichzelf toont, geeft mij een gevoel van eenzaamheid.
Eens. In het begin vond ik het moeilijk als mensen me benaderden voor coaching en zeiden dat ze mijn boek lazen en daarom mijn hulp wilden. Als je een autobiografisch boek schrijft, weten mensen veel van je. Dat was in relatie tot coaching wennen. In de loop van de tijd ben ik gaan ervaren dat het inderdaad een meerwaarde is, het is prettig voor mensen.
Iets anders dat mensen wel eens inbrengen is ‘dat zit in de familie’. Over fysieke en mentale klachten. Natuurlijk bestaat er iets als genetische bepaling en erfelijkheid. Dan vind ik het interessant te kijken of de manier van omgaan met dingen in de familie zit. Zijn er patronen van de schouders eronder, altijd de rug recht houden, of kunnen ze emoties moeilijk verteren? Jij stak me daarmee aan tijdens de opleiding. Wat is jouw visie hierop?
Ik heb met mijn hartinfarct ervaren dat ik, met het feit dat ik een andere leefstijl heb dan mijn moeder, vermoedelijk mijn hartinfarct tien jaar heb uitgesteld. Toch was ik genetisch dusdanig belast dat ik wel sterke aderverkalking had. Ik ben daarna meteen weer gaan sporten en wellicht doet iemand anders dat niet. Dus in mijn derde boek heb ik duidelijk onderscheid gemaakt tussen pijn ervaren en de manier waarop men met pijn omgaat.
Wat ik wel denk, is dat dus zelfs als in een familie iets genetisch wordt doorgegeven, de manier waarop je daarmee omgaat wel door de loop der tijd heen aan evolutie onderhevig kan zijn. Ook natuurlijk gekoppeld aan onze levensstandaard en noem maar op. Kijk, pijn is een gegeven. Als jij je knie verbrand hebt, is je knie verbrand. Maar de manier waarop wij daarmee resoneren, dat is wel degelijk ook volgens onze vorming.
Hoe ga je om met je gedachten erover. Die keuze kan steeds bewuster worden?
Zeker. Ik heb in mijn boek iets beschreven dat ik ook echt heb meegemaakt. Iemand belde mij na het lezen ervan, behoorlijk over haar toeren. Ik heb haar uitgenodigd voor een coachgesprek. Ze had iets meegemaakt waardoor ze absoluut diep in de pijn zat. Terwijl ze dat aan het vertellen was, kwam erachteraan dat ze wel echt door moest. Ze moest haar schouders eronder zetten. Zich er niet onder laten krijgen. Ze moest verder. De zinnen volgden elkaar snel op.
Toen heb ik gezegd: “Ik hoor wel dat jij zegt wat je allemaal moet doen, maar zullen we het eens aan pijn vragen?” Ik zette rustige muziek op, we vroegen aan pijn hoe pijn er nu in staat en wat pijn zou willen. Wat ik toen heb meegemaakt, zal ik mijn leven lang niet meer vergeten. Ze ging hier door de ruimte, op allerlei manieren. Van werkelijk witheid, tot in een hoek, uit een hoek, tot stampend. En ik stond er onthuts bij van wat gebeurt er allemaal.
Uiteindelijk eindigde ze hier en ging steeds meer naar achter en naar achter, totdat ze helemaal in een hoek stond. Steeds meer vertraging, steeds meer verstilling. Toen begon ze ontzettend te huilen. En ik heb de muziek uitgezet en gezegd, kom zitten. Ik heb alleen maar gevraagd, wat vertelde pijn? Ik zei ook niet, jouw pijn, maar gewoon, wat vertelde pijn? Ze zei dat pijn vertelde dat het zijn eigen tijd nodig had. Pijn wilde helemaal niet verder. Pijn wilde helemaal niet de schouders eronder. Pijn wilde helemaal niet doorgaan. Pijn wilde gewoon de tijd krijgen om even pijn te zijn.
Dat heeft me toen enorm doen beseffen; je hebt pijn én je hebt een reactie op pijn.
Zij had iets geleerd vanuit haar opvoeding en eigenlijk sleepte ze pijn als het ware achter zich aan in dat rappe tempo. Terwijl pijn aangaf dat het veel te snel ging, daar ben ik helemaal nog niet. Ik krijg niet de gelegenheid om gewoon even in het hoekje pijn te zijn.
Dat heeft toen gemaakt dat ik gevraagd heb of er dan andere manieren zijn om met pijn om te gaan? Zo is een interventie ontstaan. Dus op zich veranderde pijn niet. Maar ze leerde wel, hé, ik kan ook pijn er laten zijn, of ik kan pijn verzachten, of ik kan pijn aanvaarden.
We komen bij lichaamshouding. In hoeverre is je lichaamshouding een vrije keus?
Deze wordt gevormd door je vorming. Je hele levenshouding wordt weerspiegeld in je lichaamshouding. Het is dus weinig vrijblijvend. Als je dit echt begrijpt, dan begrijp je nog beter waarom het zo effectief is om met houding te werken. Want in de houding die iemand aanneemt, vertelt hij zijn vorming. Dus hij vertelt ook zijn beschadiging.
Als iemand over zichzelf denkt dat hij er niet mag zijn en die gedachte zich jarenlang herhaalt, dan zal de vorm van het lichaam die gedachte aannemen. Dus mensen gaan een beetje voorover zitten, er is een beetje zwakte in het systeem enzovoort. Dan is de aanname dat als je die overtuiging kan ombouwen naar ‘ik mag er wel zijn’, dat mensen langzamerhand weer rechterop gaan zitten.
Alleen, je kunt wel geestelijk een andere overtuiging doen, maar dan zit er een vertraging in, omdat het lichaam letterlijk materie heeft, dus het geeft weerstand. Het duurt zeker drie jaar voordat die nieuwe overtuiging door het lichaam in vorm wordt gezet. BML zegt, als we het nou eens omdraaien, als we nou eens dat lichaam al in die houding zetten. Dan kan je die overtuiging al voelen. Het lichaam krijgt die ervaring al en je kan het mensen als huiswerk meegeven.
Danstherapeute en psychiater Charlotte Querido, die voor mij erg belangrijk is geweest, heeft wel eens gezegd dat zo een ingang het met minimaal 30% zou moeten versnellen. Je gebruikt het systeem.
Wat zou liefde doen?
Jezelf en je lichaam heb je altijd tot je beschikking. Als je leert diep te voelen, ermee te spelen en inderdaad te verkennen en te verbreden kun je oneindig leren. Zonder steeds afhankelijk te zijn van meer sessies, materiaal of een middelen.
Afhankelijkheid vergroot de hulpeloosheid. En dat vergroot weer angst. Als ik zelf ergens in vast zit en merk dat ik weer reageer zoals ik geleerd heb te reageren, dan zeg ik tegen mezelf, oké, ik reageer nu zoals ik geleerd heb te reageren en dat begrijp ik. En wat is nog meer mogelijk?
Met zelfcompassie. Ook het erkennen dat het nu eenmaal zo is, dat onder stress het oude geleerde weer even opduikt.
Als er iets is dat ik heb geleerd, is het dat de inkerving van de overlevingsstrategie zo dominant is, dat je bewustzijn kunt krijgen van hoe dominant het is. Maar hem uitpoetsen, kun je naar mijn idee wel vergeten.
Ik begin daar pas afgelopen jaren ontspanning in te vinden, het te aanvaarden. Ik wil het niet meer wegmaken, alleen steeds beter leren mezelf erin te begeleiden.
Ja, je wil het veranderen, maar je kunt het eigenlijk niet veranderen. Je kunt alleen maar werkelijk begrijpen dat het een bekrassing is. En dan proberen te zien wat er allemaal nog meer mogelijk is. Daar zit voor mij het bewustzijn.
Dan zeg ik bijvoorbeeld tegen mezelf, oké Jos, je wil nu door stress het gaspedaal indrukken omdat je dat nu eenmaal geleerd hebt. Maar wat is nog meer mogelijk dan het gaspedaal indrukken? Een BML-vraag is ook; wat zou je nooit doen? En wat ik nooit zou doen is niets doen. En dan probeer ik dus wat meer niets te doen.
Dan lukt niets doen niet, maar het gaspedaal wordt wel minder.
Jezelf begeleiden, jezelf coachen bij wat nu eenmaal is.
Zoals bij persoonlijkheid en ziel, wat ik zelf fabelachtig vind. In een van de laatste themadagen liet ik mensen reageren vanuit hun persoonlijkheid. En op een gegeven moment vroeg ik alleen maar wat liefde zou doen? Het was werkelijk alsof iemand een toverstafje had gebruikt.
Mensen gingen totaal andere beslissingen nemen, andere bewegingen maken. Dat doe ik ook weleens zelf. Als ik merk, oké dit doe ik nu, maar wat zou liefde doen? Dan voel je een soort verbreding in jezelf ontstaan. Meer compassie, meer verbinding met het grotere geheel.
Dan komt er dus verbreding, een andere perspectief, meer groei. Het valt niet altijd mee, want de beslissing wat liefde zou doen, vraagt soms van de persoonlijkheid best wel een beetje opschuiven. Die vindt er dan van alles van. Dat zijn van die vragen die ik giechelend op mezelf toepas.
Over giechelen gesproken, tijdens de opleiding stelde je op zaterdag de vraag wat en hoe zou je nooit doen, we mochten er op zondag een verkleding bij meebrengen. Iedereen kreeg een rode loper moment. Ik was toen nog erg bang om ordinair, dom en luidruchtig gevonden te worden. Iedereen mocht los met die afgewezen kant. Ik ben er vol voor gegaan. Een doodenge maar geweldige ervaring.
Je klapt tegen die eeltlaag aan, maar je knalt wel een enorm stuk van je schaduw, die gooi je in het licht. Meestal hebben mensen eerst weerstand. En als ik ze het een paar keer laat doen, dan liggen ze blauw van het lachen.
Dat herinner ik me van dat weekend. Er waren tranen maar we hebben ook zo gelachen. Soms is het gewoon fijn als anderen bevestigen dat je in die andere versie eigenlijk heel leuk bent. Sinds dat weekend herinner ik mezelf daar wel eens aan. Als het voor mij voelt als een beetje luid of veel, dan is het waarschijnlijk precies goed. Het heeft me vrijer gemaakt.
Als er iets is waardoor ik in de problemen ben geraakt in mijn eigen leven, is het wel een te grote beleefdheid. Ik vond het een ongelooflijk vreugdevol moment dat vrij kort na mijn hartinfarct mij een vraag werd gesteld waar ik niet beleefd op reageerde, maar zei: “Oh daar begin ik niet aan.” Ik had er absoluut geen zin in. Zonder extra toelichting of wat dan ook. Volledig wat ik daarvoor nooit zou doen. Tot mijn stomme verbazing werd het onmiddellijk geaccepteerd.
Dus het geeft ook feedback uit je omgeving die je zelf helemaal niet verwacht. Nu ben ik weer wat verder en zit ik er tussenin. Maar wat ik eruit heb gehaald is de duidelijkheid. Vanuit de beleefdheid begon ik op de A2 en dan ging ik via de A9 naar de A10 en dan kwam ik er een keer. Nu zeg ik het gewoon. Nee, dat doe ik niet. Of nee, daar heb ik geen zin in.
Zo gaat het vaak toch? Met nieuw gedrag of een nieuwe vormen van je uitspreken. Dat je eerst helemaal naar de andere kant van het spectrum moet zwiepen om dan uiteindelijk in het midden uit te komen voor je nieuwe normaal.
Dit is hoe ik mezelf tot nu toe ken is tijdloos en voortdurend in beweging. Het is dynamisch, je ontdekt steeds weer wat, ook als 40er, 50er, 60er, 70er. Dat is toch heerlijk?
Tijdens themadagen zijn er altijd wel een paar die naar me toe komen en zeggen: “Ik ben weer begonnen met je boeken te lezen en nu snap ik het.” Of: “Nu heb ik dit hoofdstuk gelezen en nou snap ik het”. Dan moet ik lachen, want ik weet: “Als ik je over een jaar zie, zeg je het weer.”
En waarom moet ik lachen? Omdat ik het zelf ook heb. Zelfs als ik mijn eigen boeken lees dan begrijp ik steeds beter wat er staat. Een jaar daarna ervaar ik dat weer. De waarheid erachter ga je vanuit een ander bewustzijn aanschouwen. Dat zegt niet dat je het in het begin niet begreep maar je begrijpt het later zeker beter.
Dat vind ik het leven juist ook leuker maken, als je eenmaal weet dat het zo werkt, kan je altijd die kinderlijke nieuwsgierigheid behouden. Je bent telkens weer benieuwd wat je nu weer mag ontdekken. Of wat je deze volgende ronde mag leren, een nieuwe ronde van een bekend thema maar in een ander jasje. Dat heeft mij wezenlijk veranderd. Het leven blijft verrassen. Kom maar door.
En één van de grootste handicaps voor groei is het idee van professional zijn. Dat je er al bent, dat je het wel weet. Als iemand in een themadag gaat zitten vanuit het idee, ik ben volleerde professional, dan zet die zichzelf wel vast. Want dan kan je dus de angst krijgen voor gezichtsverlies. Terwijl op het moment dat je er kunt gaan zitten met het idee, wat ik allemaal al heb geleerd vergaat niet, maar ik zet het even opzij. En ik ga gewoon lekker als beginner hier zitten. Dan geef je jezelf een optimaal speelveld. En dan mag je ook klungelen, je mag voor je gevoel helemaal de mist ingaan. Terwijl als je professional bent, durf je niet te klungelen, durf je niet het opnieuw te doen, durf je niet te zeggen, ik loop vast. Dat is vreselijk.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Jouw lichaamswijsheid verkennen, verbreden of verdiepen? Spelenderwijs kennismaken, of gewoon weer uit je hoofd in je lijf ? Kom 15 februari naar de Body & Mind Language Play Day .